Archief

huidige werk

The Fortress

Op de 61e editie van La Biennale di Venezia presenteert Verhoeven, samen met curator Rieke Vos, The Fortress, een kunstwerk dat de tegenstrijdigheden van de Biënnale zelf als uitgangspunt neemt. De Giardini della Biennale, met haar dertig landenpaviljoens, belichaamt volgens Verhoeven en Vos een wereldorde uit vervlogen tijden waarin voormalige westerse grootmachten nog steeds een centrale positie innemen. Landen die in werkelijkheid hun grenzen optrekken en zich herbewapenen, staan hier gebroederlijk met open deuren naast elkaar. De Giardini is daarmee een plek van nostalgisch wensdenken – het park houdt het beeld van een verlichte traditie en een hoopvolle gezamenlijke toekomst in stand. We zien hier niet de wereld, maar vooral de wereld zoals we ooit dachten dat die was.  

The Fortress is een werk over zelfbescherming en behoudzucht in het licht van grote geopolitieke onzekerheid. Het Nederlandse Rietveldpaviljoen, gebouwd met het optimisme van de naoorlogse jaren 50, kan worden gezien als toonbeeld van openheid en vooruitgangsdenken. Met zijn transparante en toegankelijke ontwerp was het een ruimtelijke uitdrukking van democratische idealen. Verhoevens interventie bevraagt de ideologie achter het ontwerp vanuit het hier en nu. Ieder uur transformeert het gebouw tot een antithese van zichzelf. Nadat een groep Biënnale-bezoekers is binnengetreden, zetten stalen rolluiken voor de ramen zich langzaam in beweging. Ratelend en piepend sluit het modernistische monument zich van de buitenwereld af.  

Binnen verduistert de stalen sluier de lichte en zonovergoten ruimte. Wat licht en toegankelijk was, wordt donker en in zichzelf gekeerd. Performers maken zich los uit het publiek. De duisternis lijkt bezit van hen te nemen. Terwijl het einde van het verlichte tijdperk zich aankondigt, zo suggereert de performance, krijgen irrationele impulsen de overhand. Eerst openbaart zich de ontreddering, daarna de woestenij.

De Biënnale vindt plaats van 9 mei t/m 22 november (met een preview-opening voor genodigden van 5 t/m 8 mei).
Van woensdag t/m zondag is het gebouw toegankelijk om 12.00, 13.00, 14.00, 15.00, 16.00 en 17.00. Op dinsdagen is het werk te zien als gesloten sculptuur.

Do not go gentle into that good night

Er steekt een arm over de rand van een gebouw. De arm (een afgietsel van die van de kunstenaar) heeft een megafoon vast, waaruit het gedicht Do not go gentle into that good night van Dylan Thomas klinkt. Soms strijdbaar, soms hoorbaar uitgeput, wisselt Verhoevens stem tussen urgentie, wanhoop en stille berusting.

De tijdelijke publieke interventie, in opdracht van debatcentrum De Balie, werd gepresenteerd in het kader van het Forum on European Culture. Het werk is een vertwijfelde oproep tot verzet in tijden van geopolitieke en ecologische onzekerheid. Voorbijgangers worden in hun dagelijkse routine onderbroken door een lichaamloze stem die over het plein schalt, het maakt gedachten los over artistiek verzet en maatschappelijke moedeloosheid.

Het werk hanteert de beeldtaal van  protest: opgeheven vuisten, leuzen, scanderende menigten. Maar in plaats van een daadkrachtige demonstratie, zien we dubbelzinnige gebaren: een kwetsbare arm, een gedicht en een weifelende stem. Het werk balanceert daarmee tussen een oprechte oproep tot verzet en een monument voor de verloren zaak. 

Verhoeven: “Kunnen we als kunstenaars iets ondernemen tegenover de dictatoriale machthebbers, techmiljardairs en genocidale oorlogsvoerders? Soms zakt de moed me in de schoenen en vind ik de suggestie al potsierlijk. Behalve hoognodig, is de politieke positie in de kunsten tegenwoordig ook modieus, en loopt ze de kans gratuit te worden. De tegenwoordige kunstkijker kan na het aanschouwen ervan menen een goede daad te hebben verricht, en gelouterd het kunstinstituut verlaten. Dienen deze posities dan het bestrijden van tirannie, of eerder de mentale gesteldheid van de culturele middenklasse? En – en deze vraag ligt me het dichtst aan het hart – hoe staat het met de ambiguïteit? Is kunst, die het toch vooral moet hebben van haar meerduidigheid, wel het juiste medium als we ons willen verzetten?” 

Do not go gentle into that good night is zowel performance als object, een kleine onontkoombare interventie die het spanningsveld verkent tussen activisme en spektakel, protest en poëzie, strijdlust en berusting.

Alles moet weg

Alles moet weg is een performatieve installatie die de morele fricties van het laat-kapitalistisme onderzoekt aan de hand van de figuur van de winkeldief. Verhoeven sprak met 24 mensen die af en toe “vergeten” te betalen – van professionele dieven tot mensen die winkeldiefstal zien als daad van verzet. Hun getuigenissen vormden de basis voor een tekst die afwisselend bekentenis en aanklacht is; activisme en opportunisme raken met elkaar verstrikt. Zoals in eerdere werken onderzoekt Verhoeven een clandestiene daad om daarmee vragen te stellen over menselijk gedrag in brede zin: “In het openbaar presenteren we ons als fatsoenlijk en maatschappelijk bewust, maar zodra we ons ongezien wanen, wordt ons gedrag een stuk ambivalenter.”

De performance vindt plaats in een exacte replica van een supermarktpad, uitgerust met gevulde schappen en beveiligingscamera’s. In de smalle ruimte bevindt zich een geanonimiseerde performer. Gekleed in varkensmasker en Sneeuwwitje-kostuum vertolkt deze de fundamentele tegenstrijdigheid in het denken en handelen van de hedendaagse winkeldief: tegelijk roofzuchtig en argeloos, crimineel en politiek gemotiveerd. Haar innerlijke monoloog is ontleend aan de afgenomen interviews en aan teksten van Jean Genet, Karl Marx, Slavoj Žižek en anderen die de ethische aspecten van diefstal en consumptie hebben beschreven.

De bezoekers kunnen de supermarkt-installatie niet betreden. Ze kijken van buitenaf naar binnen, tussen de producten in de schappen door, of via schermen met beelden van bewakingscamera’s die rondom het pad hangen. Als bewakers in een panopticon observeren ze de winkeldief in al haar tegenstrijdigheid.

Met duistere humor en een nauwgezette enscenering transformeert Alles moet weg een van de meest alledaagse plekken – de supermarkt – in een allegorie van een ontgoochelde samenleving. “Waarom deugdzaam zijn als de wereld naar de knoppen gaat?”

“Een indrukwekkende allegorie van het moderne kapitalisme… De zorgvuldigheid grenst aan perfectie. Het publiek staat er bitter bij te grinniken.” – Theaterkrant

Work work work

Voor Work Work Work werd Theater Frascati in Amsterdam tijdelijk omgebouwd tot een museum voor performancekunst. Acht uur per dag – een werkdag – opende Frascati haar deuren voor een tentoonstelling over het werkende lichaam in tijden van automatisering.

Dries Verhoeven nodigde zes andere kunstenaars uit om werk te tonen waarin de verhouding tussen werkgever, werknemer en (kunst)consument centraal stond. Gepresenteerd werden toonaangevende werken, zoals Tehching Hsieh’s Time Clock Piece (one year performance 1980–81) waarin de kunstenaar ieder uur van de dag inklokte. In Pierre Bal Blanc’s videowerk Employment Contract (1992) blikt de kunstenaar terug op zijn ervaringen als GoGo-danser in een performance van Félix González-Torres. Recentere bijdragen waren Julian Hetzel’s Time Machine (2014) en Anna-Marija Adomaitytė’s Workpiece (2021). Ook werden er twee nieuwe werken gepresenteerd tijdens de tentoonstelling: Labour after Pay (2024) van Ahmet Ögüt en Body in Resistance (2024) van Gosia Wdowik.

Centraal in de tentoonstelling stond Verhoevens performance Broeders verheft u ter vrijheid (2021), waarin Bulgaarse seizoensarbeiders acht uur per dag een historisch arbeiderslied zingen, onder de omstandigheden die gelden in het sorteercentrum van e-commercebedrijf Bol. De lyriek van hun gezang staat in scherp contrast met de verlammende realiteit van de geautomatiseerde werkvloer; het bevraagt de waarde van het werkende lichaam anno nu.

Andere werken van Verhoeven die werden getoond waren de documentaire The Recruitment, de video-installatie To Perform, en de installaties Songs for Thomas Piketty (2016), Burger (2021) en Painkiller Dispenser (2021).

De tentoonstelling besloeg vrijwel iedere ruimte van theater Frascati, van kantoor tot techniekopslag, en legde de focus op het gebouw als werkvloer. Daarmee reflecteerde de bezoeker uiteindelijk onvermijdelijk op haar eigen rol als kunstconsument. Met name de wijze waarop de presentatie de grenzen tussen beeldende kunst en performance, tussen tentoonstelling en werkprotocol vervaagde, werd door critici geroemd.

“De complexe verhouding tussen werk en menselijke waardigheid werd op contrasterende manieren blootgelegd,” aldus criticus Marijn Lems.

Dear beloved friend,

Dear beloved friend, is een live-film die op het moment van creatie in Lagos (Nigeria) gelijktijdig wordt vertoond in een Europees theater. Terwijl het Europese publiek in de stille theaterzaal kijkt naar een livestream, voeren acteurs in Nollywood (Lagos) voor de camera hun performance op. Een webcam in de theaterzaal maakt van de toeschouwers deelnemers: de Nigeriaanse acteurs kunnen hen zien en op hen reageren. Zo wordt de aanwezigheid van het publiek verweven in de performance en wordt het podium een doorgeefluik tussen de levens van mensen op verschillende continenten.

In de film zien we hoe een groep Nigeriaanse acteurs de karikatuur van de hulpbehoevende Afrikaanse vluchteling ontzenuwt. In een geraffineerde satire draaien ze de lange geschiedenis van stereotypering om en leggen ze het Europese zelfbeeld onder de loep. Niet de gevreesde Afrikaanse massamigratie staat centraal, maar de Europese angst voor een veranderende wereld. De Europeanen worden gepersifleerd als onzekere oude machthebbers die zich vastklampen aan hun comfortabele levens. 

Intimiteit, spot en confrontatie wisselen elkaar af tijdens de performance. Het publiek is nooit slechts toeschouwer – kijkers worden geobserveerd en hun reacties worden direct meegenomen in de live-film. Die omkering dwingt de toeschouwer ertoe de rollen van degene die kijkt en degene die bekeken wordt, van gastheer en gast, centrum en marge te heroverwegen.

Dear beloved friend, werd in de pers omschreven als verwarrend en urgent: “A mindfuck more than a performance.” Verhoeven werd geprezen om zijn vermogen vorm en inhoud samen te laten komen. “Door het Europese publiek oog in oog te plaatsen met hun Nigeriaanse evenknie, ensceneert het werk een dialoog die humoristisch, scherp en diep menselijk is.”

In 2023 werd Dear beloved friend, bekroond met een Gouden Kalf in de categorie Beste Digitale Cultuurproductie op het Nederlandse Filmfestival. De jury roemde de manier waarop het werk de vierde wand doorbreekt met digitale middelen en de inventieve manier waarop livestreaming wordt ingezet om verschillende werelden met elkaar te verbinden.

The NarcoSexuals

In The NarcoSexuals wordt de verborgen wereld van chemsex geportretteerd. Het publiek beweegt zich rond een eengezinswoning, waar het door de vensters de abstracte verbeelding van een seksfeest aanschouwt: mannen die in privéwoningen samenkomen en elkaar vinden en verliezen in seksueel drugsgebruik. In hun unisono uitgesproken monoloog toont zich het gedeelde verlangen naar mateloosheid, intimiteit en afzondering van de heteronormatieve buitenwereld. De zes uur durende performance ontleent haar structuur aan die van een schijnbaar eindeloze seksmarathon.

Met het voyeuristische werk portretteert Dries Verhoeven zowel het euforische gevoel van seksueel drugsgebruik als het onvervulde verlangen. Hij roept de vraag op of chemsex een voortzetting is van de seksuele bevrijding van de jaren 80, of een symptoom van neoliberaal hedonisme. Bewegen we ons veertig jaar na de ‘gay liberation’ richting een ‘narcoseksuele revolutie’? Of hebben we onze seksuele idealen te grabbel gegooid en ligt de zogenaamde revolte nu in coma op de bank?

Het publiek dat door de ramen naar binnen kijkt, verwordt daarbij tot stille getuige.  Nooit worden de toeschouwers toegelaten tot het feest. Het weerspiegelt de manier waarop onze maatschappij queer-subculturen van buitenaf beschouwt; van een afstand, gebiologeerd, bezorgd of misprijzend. Momenten van schaamteloos genot en kwetsbaarheid wisselen elkaar af. Wat blijft hangen is het weemoedige terugverlangen naar collectieve rebellie. Het feest vormt een spiegel voor een samenleving die worstelt met intimiteit in een tijd van hyper-individualisme en de farmacologisering van ons gemoed.

Het werk werd geselecteerd voor Het Theaterfestival (België, 2023) en genomineerd voor de VSCD Mime/Performance Prijs (Nederland, 2022/2023).

Gently Down the Stream

In de zomer van 2021 brak Dries zijn heupkom tijdens een fietsongeluk. Zes weken lang kon hij zich nauwelijks voortbewegen. Traag lopend op krukken realiseerde hij het videoverslag Gently Down the Stream. In de video, met smartphone gefilmd, zien we hoe Dries zich probeert te identificeren met de langzame dieren en andere entiteiten in zijn tuin. 

Gently Down the Stream is een cinematografische meditatie over breekbaarheid en het verstrijken van de tijd. Het werk werd ontwikkeld in het teken van ‘Slow TV Cinema’, een programma met 24 uur trage film opgezet door Anna Chrtková en Petr Dlouhý. De video werd vertoond in de Slow TV Cinema Marathon tijdens SPRING in Utrecht. Dit programma nodigde kunstenaars uit om lange film te onderzoeken als medium voor reflectie. Door de tijd te vertragen en de beelden van een gebruikelijk narratief te ontdoen, is Gently Down the Stream een lichtvoetig vanitasstilleven. 

Broeders verheft u ter vrijheid

In Broeders verheft u ter vrijheid botst menselijke arbeid op mechanische efficiëntie. Omringd door robots in een geautomatiseerd distributiecentrum zingen tien Bulgaarse performers, allen met ervaring als seizoensarbeider, het gelijknamige historische arbeiderslied. Acht uur per dag verheffen hun stemmen zich tegen de monotone bewegingen van geautomatiseerde robotarmen. Hun werkonderbrekingen zijn afgeleid van de werkroosters in de distributiecentra van e-commercebedrijf Bol.

Door robotica en zang naast elkaar te plaatsen, bevraagt de performance de waarde van het werkende lichaam, de arbeidersbeweging en de erfenis van het socialisme in tijden van automatisering. Wanneer mensen in competitie staan met vormen van automatisering is precariteit het onvermijdelijke gevolg. De ogenschijnlijk frictieloze, continue toestroom van goederen in onze samenleving is alleen mogelijk dankzij kwetsbare werkenden, in wier lied de herinnering aan solidariteit, strijd en hoop doorklinkt.

Het werk manifesteert zich niet alleen in de live performance. In kunstinstelling West Den Haag konden in 2021 o.a. de woonverblijven van de arbeiders/performers worden bezocht. Voor de tentoonstelling werden twee videowerken ontwikkeld, waarin het persoonlijk perspectief van de performers naar voren kwam. In To Perform, een driekanaals video-installatie, praten zij over hun blik op de hedendaagse en toekomstige werkvloer. De documentaire The Recruitment volgt de totstandkoming van het werk in Bulgarije en de pijnlijke waarheden achter de internationale arbeidsmarkt, die door het maakproces aan het licht kwamen. Gezamenlijk vormen de werken een portret van mensen die dreigen vast te komen zitten tussen persoonlijke waardigheid en systematische uitbuiting.

De jury van de VSCD Performance-prijs 2021 schreef: “Met zijn multidisciplinaire tweeluik Broeders verheft u ter vrijheid over de kapitalistische globalisering toont Dries Verhoeven aan hoe de individuele geest van werkkrachten uit lagelonenlanden over hun uitgebuite lichaam kan triomferen.”

Happiness

Voor Happiness plaatst Dries Verhoeven in de publieke ruimte een klein betonnen gebouwtje dat het midden houdt  tussen een openbaar toilet en een clandestiene apotheek. Binnen ontmoet het publiek een humanoid – een menselijk uitziende robot – die een breed assortiment aan psychofarmaca toont en beschrijft: antidepressiva, pijnstillers en recreatieve drugs. Over XTC, Ritalin en Fentanyl spreekt ze met eenzelfde onverschillige vanzelfsprekendheid. Met heldere gebaren en een mechanisch voorkomen beschrijft de robot hoe we onze serotonine- en dopamineniveaus naar believen kunnen bijstellen. 

De uitstraling van de humanoid is zowel klinisch als bevreemdend vertrouwd. Haar bewegingen zijn een benadering van menselijke fragiliteit, ze probeert de sensaties in het menselijke lichaam te imiteren. Ze belichaamt daarmee de vervagende grens tussen kunstmatigheid en het levende lichaam: een maatschappij waarin ‘natuurlijke’ gevoelens in toenemende mate worden opgewekt met farmaceutische middelen. In de combinatie van robotica en drugs benadert het werk het gebied waar mens en kunstmatigheid samenvallen, waar artificiële middelen ons helpen weer of meer mens te zijn, of om dat menszijn juist voor even te verlaten.

In de alledaagse stedelijke omgeving manifesteert de ambigue architectuur – half toilet, half apotheek – zowel de alomtegenwoordigheid van psychofarmaca als het taboe daarop. Het onderstreept dat het streven naar geluk zich vaak in het verborgene afspeelt. Happiness behoort tot een serie werken waarin Verhoeven de politiek-maatschappelijke omgang met het subversieve onderzoekt. Zoals andere werken in de publieke ruimte (Sic transit gloria mundi, The NarcoSexuals e.a.) gebruikt hij een herkenbare sociale verschijningsvorm – in dit geval de apotheek – als vertrekpunt voor grotere ethische vragen. 

Happiness vermijdt een ondubbelzinnige morele positie. Verhoevens robot leidt ons, zoals een criticus opmerkte, “… door het schemergebied tussen comfort en verslaving, vrijheid en restrictie.”

Guilty Landscapes

Wat aanvankelijk een vooraf opgenomen video lijkt van een noodlijdende plek in de wereld, blijkt een live internetverbinding te zijn. Bij binnenkomst in een lege museale ruimte ziet de toeschouwer een levensgrote projectie van een ‘schuldig landschap’, een plek waar menselijk leed is gelokaliseerd. Een bewoner van de locatie, zichtbaar in de projectie, kijkt terug naar zijn beschouwer. Zonder zichtbaar moreel oordeel spiegelt de protagonist het gedrag van de museumbezoeker. Degene op beeld lijkt niet of nauwelijks getroffen door het veronderstelde leed, het idee van slachtofferschap wordt genuanceerd. Wat ontstaat is een kortstondige verbinding waarin afstand en intimiteit, apathie en empathie in elkaar overvloeien.

De eenvoudige ontmoeting maakt een comfortabele buitenstaander-positie, gangbaar in het museale domein, onmogelijk. Het werk adresseert daarmee niet zozeer de specifieke problemen van de getoonde plek, maar verlegt de aandacht naar de kijkervaring zelf. Het bevraagt de blik van de kijker op “de pijn van anderen”, de aannames en impliciete machtsverhouding die in dat kijken verborgen liggen. De mensen op het scherm keren de asymmetrie, zij zijn duidelijk geen lijdzame vertegenwoordigers van een omstandigheid, maar blijken actief deelgenoot te kunnen worden van de situatie in de tentoonstellingsruimte. Het werk herinnert ons eraan dat toeschouwerschap nooit onschuldig is – kijken betekent dat je betrokken bent.   

Guilty Landscapes beslaat vier episodes: episode I Hangzhou, episode II Port-au-Prince, episode III Homs, episode IV Pattaya. Iedere episode suggereert een verbinding tussen mensen uit verschillende  delen van de wereld. Uitleg bij of commentaar op de getoonde situatie ontbreekt, er is geen bemiddeling tussen kijker en subject. Wat overblijft is de ontmoeting zelf: onopgesmukt, ongemakkelijk en onmogelijk om aan te ontkomen. De toeschouwer blijft in sluimerende onzekerheid achter.

Homo Desperatus

Voor Homo Desperatus verandert Dries Verhoeven het museum in een levend diorama van catastrofes. In vierenveertig vitrines worden minutieus vervaardigde schaalmodellen van rampgebieden tentoongesteld, zoals een ingestorte kledingfabriek in Bangladesh, het gevangenenkamp Guantanamo Bay en de verwoeste kernreactor in Fukushima. Elk miniatuurlandschap bevat de sporen van rampspoed, ineenstorting of menselijke wreedheid.

Maar de ruïnes zijn niet leeg. In elke vitrine leeft een kolonie mieren – in totaal meer dan 70.000 – die met hun onvermoeibare doelmatigheid hun dagelijkse bezigheden verrichten. Ze graven tunnels door het puin, bouwen hun thuis in gevangeniscellen en zoeken naar voedsel op radioactief terrein. Kleine camera’s in de schaalmodellen zenden beelden naar een scherm in de tentoonstellingsruimte. De bezoeker zoomt in en uit, tussen analytische afstand en emotionele betrokkenheid bij het lijden van de diersoort mens, hier gerepresenteerd door de mier.

Wat ontstaat is een eigenaardige intimiteit: bezoekers projecteren gevoelens van medeleven op insecten die daarbij volkomen onverschillig blijven. Vergelijkbaar met het werk Guilty Landscapes bevraagt Verhoeven hoe het gemedieerde beeld subjecten tot slachtoffer maakt, zonder dat zij zich als zodanig kenbaar hebben gemaakt. Het herinnert ons eraan hoe gemakkelijk de camera een catastrofe tot spektakel maakt, en hoe empathie het resultaat is van projectie. 

De doelmatige ijver van de mieren spiegelt hoe mensen, soms met de moed der wanhoop, hun lijden proberen te beteugelen. Maar ook het verschil tussen mier en mens krijgt betekenis. Waar mensen wanhopen, volharden mieren: zij zijn niet belast met ideologie of angst. De enkele mier wordt moeiteloos opgeofferd voor het voortbestaan van de soort. Door politieke en ecologische crises in het licht te zien van niet-menselijke veerkracht, creëert Homo Desperatus een onverwacht gevoel van hoop, leven is altijd mogelijk.  

De eens bewoonde vitrines zijn nu onderdeel van de permanente collectie van de Verbeke Foundation (Kemzeke, België). De videoregistratie van de installatie wordt tegenwoordig autonoom vertoond. 

The Silent Body

In The Silent Body zitten naakte performers roerloos achter een glazen geluiddichte wand. Ze speculeren over intieme lichamelijke ontmoetingen met de beschouwer. De glazen wand maakt de uitgesproken woorden onhoorbaar – de performer lijkt tot stilte gemaand – maar spraak-naar-tekst-software maakt de woorden zichtbaar als projectie op de achterwand. Bezoekers kijken toe, dichtbij genoeg voor een gevoel van intimiteit, maar op afstand gehouden door het glas. Directe communicatie is onmogelijk. Zo ontstaat er een werk dat enerzijds het verlangen naar fysieke nabijheid uitspreekt, de kijkers aanspreekt als seksueel object, maar die nabijheid anderzijds direct weer onmogelijk maakt. Het glas lijkt de woorden te censureren, alsof het de seksuele impuls weet te beteugelen.

The Silent Body is een verkenning van afstand – tussen vlees en taal, perceptie en projectie, technologie en emotie. De woorden, soms bedachtzaam, soms banaal,  onthullen een ongefilterde innerlijke monoloog. Taal wordt hier mechanisch, ontdaan van het lichaam – een onvolmaakte vertaling van gedachten naar broncode. Het lichaam is zichtbaar maar zonder stem, terwijl de stem enkel zichtbaar is, en losgeweekt van haar bron. 

Zoals in andere werken (Guilty Landscapes, Uw koninkrijk kome e.a.) worden in The Silent Body mechanismen van toeschouwerschap ontleed. Het werk laat ons zien hoe afstand een rol speelt bij de bemiddeling van intimiteit. De onbeweeglijkheid van de performers maakt ze tot lichaamloze portals – dat wat onuitgesproken blijft wanneer technologie beweert ons te verbinden.

In de eerdere werken Lifestreaming en Wanna Play? onderzocht Dries Verhoeven onze omgang met intimiteit in de huidige schermwerkelijkheid. The Silent Body zet dat onderzoek naar taal, technologie en lichamelijke verbinding, met simpele middelen voort. Stilte wordt een vorm van spraak – rustig, weloverwogen en bezield,  door de aanwezigheid van de performers.

Sic transit gloria mundi

Een bouwplaats in het centrum van de stad fungeert als model voor een wereld in transitie, waar ideeën over macht en zeggenschap beginnen te verschuiven. Een bord kondigt de bouw aan van een “monument voor het einde van de westerse hegemonie”. Een hoge houten schutting scheidt de bouwplaats af van de stad. Het is een invasief gebaar, de stadsbewoner wordt buitengesloten. Dit wordt versterkt door aankondigingen in het Arabisch, Russisch en Chinees.

Vanuit een bezoekerscentrum op het bouwterrein heeft men zicht op de gesuggereerde bouwplannen. Het ontwerp, een monumentaal marmeren standbeeld van een gevallen witte man, legt een link met de discussie over historische standbeelden als teken van westers imperialisme. Een tastbare vooruitwijzing naar het monument is een grote witte hand die voortdurend wordt verplaatst.

Phobiarama

Het werk verkent het verband tussen ‘politics of fear’ en de huidige spektakelmaatschappij. De installatie functioneert als een spookhuis; met schijnbaar spectaculaire middelen worden de angst-receptoren van bezoekers aangesproken . Zij nemen plaats in een karretje en maken een rit door verschillende ruimtes: Flikkerende tv-schermen verlichten de installatie, hoorbaar zijn de apocalyptische woorden van politici en terroristen. Een groep fysiek krachtige performers van kleur betreedt de installatie, mannen die in het dagelijks leven worden onderworpen aan vormen van etnisch profileren. Aanvankelijk bedienen de mannen zich van de middelen en esthetiek die we kennen van een spookhuis, ze verschijnen als grizzlybeer en clown, maar gaandeweg wordt hun verschijning en intentie meerduidig. Het onderscheid tussen realiteit en attractie wordt diffuus.

Ceci n’est pas…

In een glazen cabine midden in de stad wordt tien dagen lang een ‘ongewenste voorstelling van zaken’ getoond. De expositie van tien levende beelden toont mensen die in een bepaalde hoedanigheid als ongewenst worden beschouwd. Als zeldzame relicten staan ze opgesteld achter geluiddicht glas. Zinspelend op La Trahison des images (Het verraad der voorstelling) van René Magritte ontleedt het werk de spanning tussen een woord en een representatie van dat woord in een beeld. Het werk verkent de reden achter verschillende vormen van maatschappelijk ongemak, en de wenselijkheid om dat ongemak te tonen en bespreken in het publieke domein.

Wanna Play?

Vanuit een glazen ruimte op een plein chat Dries Verhoeven met gebruikers van de online dating app Grindr over intimiteit. Hij vraagt hen langs te komen om hem te bevredigen in zijn niet-seksuele behoeftes. Hij wast bijvoorbeeld hun haren, zingt samen onder de douche, of vraagt hen of hij een uur hun hand mag vasthouden. Tien dagen lang, 24/7, is zijn leven en zoektocht naar verbinding voor iedereen zichtbaar.

Het scherm van Verhoeven zijn mobiele telefoon wordt groot geprojecteerd, de (geanonimiseerde) chats zijn voor iedereen leesbaar. De digitale publieke ruimte, het internet, wordt in de tien dagen zichtbaar gemaakt in de analoge publieke ruimte, de straat.

Songs for Thomas Piketty

Op plekken waar bedelen is verboden plaatst Verhoeven bedelende en zingende (aluminium replica’s van) ghettoblasters. Hij werkt daarvoor samen met een grote groep daklozen, en plaatst hun stem voor even terug op straat. Het werk roept vragen op over de representatieve functie van de publieke ruimte. Hebben vooral commerciële partijen en veiligheidsdiensten een stem in wat we toestaan op straat, of geven we de ongemakkelijke, soms manipulatieve of irriterende stem van bedelaars ook een plek?

Fare Thee Well!

Bezoekers kijken door een telescoop en zien op twee kilometer afstand op een lichtkrant een traag voorbijglijdende tekst: een verzameling zaken en denkbeelden, waar we als maatschappij afscheid van hebben genomen of die we onlangs hebben verwelkomd. Op hun hoofdtelefoon klinkt de opera-aria Ah! Spietato van Händel.

Het werk reageert daarmee op sombere en apocalyptische toekomstscenario’s. Het blijft ongewis of we de getoonde veranderingen zouden moeten omarmen, betreuren of nuanceren.

De Uitvaart

Tien plechtige begrafenismissen zijn een reflectie op de onheilsretoriek van politieke spelers en cultuurpessimisten. De toeschouwers staan stil bij het ‘overlijden’ van verdwenen denkbeelden, waarden of maatschappelijke condities: De Europese gedachte, Ons geloof in god, Het Duitse schuldgevoel etc.

Na de plechtigheid volgt een processie door de stad en een begrafenis op een daarvoor aangelegde begraafplaats. Door bezoekers op te nemen in het ritueel, worden ze medeplichtig gemaakt aan de happening, en geactiveerd in hun positiebepaling ten opzichte van de vermeende dood.

U bevindt zich hier

In een installatie die doet denken aan een hotel, krijgen bezoekers hun eigen slaapkamer. Daar zijn ze alleen en anoniem, totdat ze zicht krijgen op de mensen aan de andere kant van de muur. In de oorspronkelijke opzet functioneerde het werk als model voor de anonimiteit in grote steden, waar mensen simultaan een soms vergelijkbaar leven leiden. Door de pandemie van 2020 werd het werk ook een reflectie op onze tijd van zelf-isolatie, de nabijheid van onbekenden was plotseling een bedreiging geworden.

 

Niemandsland

Twintig toeschouwers wachten op twintig voormalige vluchtelingen in de hal van een treinstation. De toeschouwer volgt een van de migranten tijdens een wandeling door de stad. Op hun hoofdtelefoon horen ze scenario’s over het mogelijke leven van de zwijgende gids. Het streven is niet het onthullen van de identiteit van de gids, maar eerder het ontleden van de blik van de toeschouwer. De tekst speculeert op het leven van de migrant. Het werk problematiseert daarmee het idee van authenticiteit in het leven van vluchtelingen: Waarom de waarheid delen als liegen kan leiden tot een beter bestaan?

Life Streaming

Twee internetcafés staan met elkaar in verbinding. Twintig bezoekers in Europa chatten met twintig performers in Sri Lanka op het strand dat werd getroffen door de Tsunami van 2004. Wat begint als een onschuldige chat, verandert in een gesprek over ons empathisch brein. De performers zetten vraagtekens bij hun eigen slachtofferschap en proberen te achterhalen waar het westerse hart sneller van gaat kloppen.
Door ingrepen in de ruimte verandert het gesprek in een fysieke ervaring. Uiteindelijk stroomt een grote hoeveelheid warm water het Europese internetcafé binnen.

De Grote Beweging

In De Grote Beweging wordt de werkelijkheid ondertiteld. Toeschouwers zitten in een kleine bioscoopruimte en zien het leven, zoals dat zich op dat moment buiten afspeelt achter de wand van de bioscoop, als film. Argeloze voorbijgangers spelen de hoofdrol.

Een Chinese voice-over beschrijft het leven zoals dat zich buiten afspeelt, ondertiteld in de taal van het land van opvoering. De bezoeker hoort wat uitzonderlijk is aan het alledaagse gedrag op een plein in een westers land in de ogen van iemand wiens denken is bepaald door het collectiviteits-denken. Voor de Chinese voice-over staat individueel gedrag in relatie staat tot de grote verhalen van het ontstaan van het heelal, de aarde en de mensheid. Door het Mandarijn van die voice-over en het hanteren van de verleden tijd, ontstaat bij de bezoeker een zekere afstand tot die buitenwereld.

Na twintig minuten valt de film stil, traag wordt het gefilmde materiaal teruggespoeld, het geraas over het plein verandert in een gezamenlijke choreografie. Vertoond “in reverse” blijken de voorbijgangers zich bewust van elkaars aanwezigheid. In de achteruitlopende massa beweegt zich één persoon vooruit, het blijkt de Chinese voice-over; een vrouw die zich op deze manier onttrekt aan de groep. Uiteindelijk ziet de bioscoopbezoeker zichzelf terug in de film. Hoe verhoudt zijn blik op zichzelf zich tot het denken over de menselijke geschiedenis?

God zegene de greep

God zegene de greep is een installatievoorstelling over gemeenschapszin in tijden van voorspelde rampspoed. Bewegen we ons dichter naar elkaar als de economische en ecologische catastrofes bewaarheid worden of worden we zelfzuchtig als we onze eigen ondergang in de ogen kijken? Twintig toeschouwers nemen plaats in een reddingscapsule, allen hebben ze een kleine luidspreker om hun nek. Er zijn geen acteurs.

(meer…)

Donkere Kamer

Donkere Kamer is een installatie-voorstelling over de kracht en de onmacht van het menselijk oog in het tot stand brengen van intimiteit. Zes blinde performers filmen de stad die ze zelf niet kunnen zien met een panorama-camera. Dit filmmateriaal wordt in de voorstellingsruimte rondom de toeschouwers geprojecteerd. De tastende mens, lopende in de stad, wordt in de voorstelling tegenover de ziende mens in het theater geplaatst. Bezoekers ervaren hoe de blinden de stad, elkaar en uiteindelijk ook die bezoekers zelf waarnemen en hoe dat verschilt of overeenkomt met hun eigen ervaring. De performers praten over hun verlangen aan intimiteit/seksualiteit en hoe de afwezigheid van gezichtsvermogen hen daarbij helpt of in de weg zit. (meer…)

Lege Handen

Lege Handen is een installatie-voorstelling over onze blik op de afhankelijke mens. Twee generaties staan op het toneel; vijf mensen jonger dan 8 jaar en vijf mensen ouder dan 80 jaar. De toeschouwers, veelal diegenen tussen de twee generaties, zitten op de tribune, voorouders en afstammelingen.

Op de grond liggen 20.000 lege eieren. Lichtkranten hangen verspreid door de ruimte. De geprojecteerde teksten bevragen onze blik op de afhankelijke generaties. Wanneer we een fysieke verantwoordelijkheid dragen voor iemand, zien we diegene dan wel als een volwaardig mens, iemand die ook gevaarlijke gedachten mag hebben, of maakt afhankelijkheid simpel en onderdanig? Durven we de complexiteit van een volwassen leven op hen te projecteren? Of zien we bij voorkeur hun geruststellende glimlach?

Uw koninkrijk kome

Twee bezoekers zitten in een kleine ruimte, van elkaar gescheiden door een geluiddichte glazen wand. Beiden horen ze de vooraf opgenomen stem van een performer. Hierdoor worden ze beïnvloed in hun gedrag in de ruimte en in hun perceptie van de ander. De twee zwijgende bezoekers denken gelijktijdig na over de mogelijkheid van intimiteit. Verlangens worden getoond als een construct; een willekeurige onbekende blijkt eenvoudig te kunnen veranderen in een dierbaar of begerenswaardig persoon.

Uw koninkrijk kome is vertaald in zes talen. Hierdoor is een internationale versie ontstaan die toeschouwers die verschillende talen spreken elkaar laat ontmoeten.

In Frankrijk speelt de voorstelling als Au Milieu du gué, in Duitsland als Dein Reich komme.

Sporenonderzoek

Toeschouwers lopen alleen door een verlaten station. Op zijn mobiele telefoon gaat de bezoeker in gesprek met een performer, ze praten over de routes die de bezoeker heeft afgelegd in zijn leven. Aan het eind van de voorstelling blijkt de performer de gegevens te hebben verwerkt in een verhaal. Schijnbaar betekenisloze verhalen krijgen onverwacht een belangrijke plaats binnen de voorstelling. Uiteindelijk verlaat de bezoeker het station op een rijdend bed.

(meer…)

Hartstocht

Hartstocht is een theatrale bustocht die toeschouwers de omgekeerde wereld laat ervaren. Zij worden in een geblindeerde VW-bus met open dak vervoerd door een stad. Op schoothoogte zijn spiegels bevestigd waardoor de stad ‘onder hen doorglijdt’. Onderkanten van gebouwen, kerken, bomen en wolken zien de bezoekers voorbij komen. Teksten op een koptelefoon maken het tot een associatieve voorstelling over het loslaten van de controle.